De verplichting tot eerbiediging van de rechten van de mens

Het uitgangspunt luidt als volgt: de lidstaten “verzekeren een ieder die ressorteert onder haar rechtsmacht de rechten en vrijheden die zijn vastgesteld in de Eerste Titel van dit verdrag”. Hiertoe behoren voor de staten die partij zijn bij protocollen ook de rechten en vrijheden die in die protocollen zijn omschreven.

Een ieder” is een zeer ruim begrip:

  • en betreft zowel onderdanen van de desbetreffende staat als niet-onderdanen; de rechten gelden dus niet alleen voor de eigen burgers;
  • rechtspersonen (bijvoorbeeld bedrijven, ngo’s, verenigingen en stichtingen) en natuurlijke personen (dus individuen en groepen).

“onder haar rechtsmacht” betekent meestal op het grondgebied van een staat, maar het Hof heeft dat via zijn rechtspraak uitgebreid tot uitzonderingsgevallen waarin vertegenwoordigers van de staat (bijv. diplomaten of leden van de gewapende strijdkrachten) die zich op buitenlands grondgebied bevinden controle of toezicht uitoefenen over of op anderen of waar een staat door een militaire actie daadwerkelijk controle uitoefent over een gebied buiten het nationale grondgebied.

 

Materiële rechten en vrijheden

Betekenis van een aantal technische termen

De volgende termen in deze gids hebben een bijzondere betekenis in de context van het verdrag:

  • onvoorwaardelijke rechten zijn rechten waaraan niets kan worden afgedaan ten behoeve van andere individuen of het algemeen belang. Er kunnen specifieke uitzonderingen voor gelden, zoals voor het recht op persoonlijke vrijheid (artikel 5), maar in bepaalde gevallen is geen enkele uitzondering toegestaan, denk daarbij aan het recht gevrijwaard te worden van foltering (artikel 3). In de laatste situatie gaat het dan ook om een zogenaamd absoluut recht.
  • bij relatieve rechten is inmenging mogelijk ter bescherming van de rechten van anderen of het algemeen belang. Een relatief recht is bijvoorbeeld het recht op eerbiediging van het privé-, familie- en gezinsleven (artikel 8).
  • negatieve verplichtingen houden in dat een staat zich moet onthouden van bepaalde handelingen die een schending zouden vormen van een verdragsrecht. De meeste verdragsrechten zijn geformuleerd als negatieve verplichtingen;
  • bij positieve verplichtingen moeten de autoriteiten van de staat juist actief maatregelen treffen om de rechten uit het verdrag te waarborgen. Deze zijn meestal niet expliciet geformuleerd in de tekst, maar zijn er wel uit gedestilleerd door het Hof.

Download the abstract